En gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk Zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem!
Lezen: Ezechiël 34:1-12
1 Het woord des HEREN kwam tot mij: 2 Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tot hen, tot die herders: zo zegt de Here HERE: wee de herders van Israël, die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden? 3 Het vet eet gij, met de wol kleedt gij u, het gemeste slacht gij, maar de schapen weidt gij niet; 4 zwakke versterkt gij niet, zieke geneest gij niet, gewonde verbindt gij niet, afgedwaalde haalt gij niet terug, verlorene zoekt gij niet, maar gij heerst over hen met hardheid en geweldenarij. 5 Zij raken verstrooid, omdat er geen herder is, en worden tot voedsel voor al het gedierte des velds; zo raken zij verstrooid. 6 Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge heuvel; over de gehele aarde zijn mijn schapen verstrooid zonder dat er iemand is die naar hen vraagt of ze zoekt. 7 Daarom, gij herders, hoort het woord des HEREN. 8 Zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, omdat mijn schapen tot een prooi geworden zijn, omdat mijn schapen tot voedsel geworden zijn voor al het gedierte des velds doordat er geen herder is – want mijn herders vragen niet naar mijn schapen; de herders weiden zichzelf, maar mijn schapen weiden zij niet – 9 daarom, gij herders, hoort het woord des HEREN. 10 Zo zegt de Here HERE: Zie, Ik zàl die herders! Ik eis mijn schapen van hen terug, en Ik zal een eind maken aan dat schapenweiden van hen. De herders zullen niet langer zichzelf weiden, Ik zal mijn schapen uit hun mond redden, zodat die hun niet meer tot voedsel dienen. 11 Want zo zegt de Here HERE: Zie, Ik zal zélf naar mijn schapen vragen en naar hen omzien; 12 zoals een herder naar zijn kudde omziet, wanneer hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik naar mijn schapen omzien en ze redden uit alle plaatsen waar zij verstrooid zijn geraakt op de dag van wolken en duisternis.
Uitleg
In een wereld waar geen rekening gehouden wordt met God, geldt altijd het recht van de sterkste, maar in het Koninkrijk van God, dus ook in de wereld waar God tot Zijn heerschappij komt, geldt een totaal andere wet: het recht van de zwakste! Het mag ons dan misschien verbazen, maar de Bijbel staat er vol van! Doch omdat we zo moeilijk kunnen geloven dat God Zelf onze Rechter wil zijn in onze zwakheid, daarom doen we nog vaak ons best om sterk te zijn: sterk in het geloof, in ijver, in gebed en ga maar door. Met inzet van alles proberen we met krachtige hand de kerkelijke orde en leer te handhaven. We durven niet zo zwak te zijn dat we alles, maar dan ook alles, van God zouden verwachten.
Vandaar dit waarschuwende woord tegen de herders! Herders mogen best het geslachte eten en zich kleden met de wol die van de kudde komt, maar alleen dan als zij hun taak verstaan en de kudde werkelijk leiden!
Hiervan is echter niets terecht gekomen: „het zwakke versterkt gij niet..., het gewonde verbindt gij niet..., maar gij heerst over hen met hardheid en geweldenarij...”
De gevolgen blijven niet uit: „Mijn schapen dwalen rond... zonder dat er iemand is die naar hen vraagt of ze zoekt”, behalve rovers die ze voor hun eigen belang bijeen drijven!
Wat een duidelijk beeld van onze tijd. Hoeveel mensen met een sektarische geest weten velen om zich heen te verzamelen, omdat de zielen van de gelovigen in de kerk vaak geen geestelijk voedsel vinden?!
Maar God vergeet Zijn dolende schapen niet! „Zie Ik zal Zèlf naar Mijn schapen vragen en naar hen omzien!” Laten wij God danken voor Zijn Geest die ons leiden zal in alle waarheid, zodat wij niet meer afhankelijk zijn van afvallige herders!
Christengemeente de Brug
chr.debrug@debrugmaasmechelen.be
Ringlaan 410
Voorgangers
Jean & Godelieve Houben
Tel.: 089 - 76 66 76
2 Kronieken 15:7
Gij dan, weest sterk en laten uw handen niet verslappen, want uw werk zal beloond worden.