
Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen.
Lezen: Jeremia 32:36-41
36 Maar nu, zo zegt de HERE, de God van Israël, van deze stad, waarvan gij zegt: Zij is in de macht van de koning van Babel gegeven door het zwaard, de honger en de pest –: 37 zie, Ik verzamel hen uit al de landen, waarheen Ik hen in mijn toorn en gramschap en grote verbolgenheid zal verdreven hebben, en Ik zal hen naar deze plaats terugbrengen en hen veilig doen wonen; 38 zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn; 39 Ik zal hun één hart en één weg geven, zodat zij Mij vrezen al de dagen, hun en hun kinderen na hen ten goede; 40 ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wèl zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; 41 Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel.
Uitleg
Jeremia kon dan wel erg klagen, maar waar is grotere troost te vinden, waar is meer hoop te verkrijgen dan bij deze profeet? Elke bladzijde van dit boek spreekt van Gods onbeschrijfelijke trouw, trouw ten opzichte van Zijn uitverkoren volk Israël. Alles wat de profeet Jeremia schrijft, is in de eerste plaats gericht tot de Joden en hij spreekt zijn bewogen woorden vlak voordat Jeruzalem valt en het gehele volk, op een kleine rest na, gedeporteerd wordt.
Vlak voor dit verschrikkelijke gebeuren zegt de profeet: „Zie Ik (God) verzamel hen uit al de landen, waarheen Ik hen in Mijn toorn en gramschap en grote verbolgenheid zal verdreven hebben” (:37a).
Nog voordat God Zijn straf op de vreselijke ontrouw van Zijn volk ten uitvoer brengt, spreekt Hij van herstel! Het herstel waarvan Hij spreekt is, sinds deze woorden door de profeet gesproken zijn, nog niet in vervulling gegaan. Ook nú is dit woord nog niet vervuld in het ontstaan van de nieuwe staat Israël. Maar wat gaat het er al wonderlijk op lijken.
Velen zeggen: ‘Dit kan nooit de vervulling van de belofte zijn, want de Joden zijn niet aan God toegewijd!’
Wie kan hier een verantwoord oordeel over uitspreken?!
Als we de profetische woorden aandachtig lezen, zien we dat God Zich juist hierin verheerlijken zal. Eerst zal God Zijn volk terug roepen, uit de landen waarheen Hij ze verstrooid heeft, naar hun eigen land Israël. Dàn zal Hij hen reinigen en hun een nieuw hart geven en Hij zal Zèlf Zijn wetten in hun harten griffen (Ez.36:26,27). Hij, de God van Israël, die ook onze God wil zijn, zal Zijn Woord in vervulling doen gaan! Hij roept ook ons terug uit de vervreemding van Hem, in en door Jezus Christus! En Hij, Die roept, is getrouw! Hij zàl het doen!
Christengemeente de Brug
chr.debrug@debrugmaasmechelen.be
Ringlaan 410
Voorgangers
Jean & Godelieve Houben
Tel.: 089 - 76 66 76
2 Kronieken 15:7
Gij dan, weest sterk en laten uw handen niet verslappen, want uw werk zal beloond worden.