
Maar nu, vergeef toch hun zonde - en zo niet, delg mij dan uit het boek dat Gij geschreven hebt.
Lezen: Joël 2:12-17
12 Maar ook nu nog luidt het woord des HEREN: Bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en met vasten en met geween en met rouwklacht. 13 Scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de HERE, uw God. Want genadig en barmhartig is Hij, lankmoedig en groot van goedertierenheid, berouw hebbende over het onheil. 14 Wie weet, of Hij Zich niet wendt en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven, tot een spijsoffer en een plengoffer voor de HERE, uw God. 15 Blaast de bazuin op Sion, heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen. 16 Vergadert het volk, heiligt de gemeente, roept de ouden bijeen, vergadert de kinderen en de zuigelingen; de bruidegom trede uit zijn kamer en de bruid uit haar bruidsvertrek. 17 Laat de priesters, de dienaren des HEREN, tussen de voorhal en het altaar wenen en zeggen: Spaar, HERE, uw volk en geef uw erfdeel niet prijs aan de smaad, zodat de heidenen met hen zouden spotten. Waarom zou men onder de volken zeggen: Waar is hun God?
Uitleg
Joël heeft in het eerste gedeelte van dit hoofdstuk geprofeteerd over „de Dag des Heren” als een verschrikkelijk oordeel, onontkoombaar, niet af te wenden! „Want groot is de Dag des Heren en zeer geducht! Wie zal hem verdragen?!”(:11). Maar dan volgt de tere oproep tot bekering in het gedeelte dat wij voor vandaag lezen. Deze oproep tot bekering spreekt over een vasten, over geween en rouwklacht.
Hebben wij niet een verkeerd beeld gekregen van wat de Bijbel bekering noemt? Bekering is niet een kwestie van wat emotionele tranen ten gevolge van een indringende boodschap en het nemen van een beslissing om niet meer je eigen weg te gaan, wat meer Bijbel te gaan lezen en te bidden, maar een diep doordrongen worden van het fatale einde van een eigengekozen weg, hoe godsdienstig die er ook uitziet.
Bekering is een gebed om de genade en barmhartigheid van God. Als we ons werkelijk tot God keren, beseffen we dat het allemaal niet vanzelfsprekend is. Die vanzelfsprekendheid is de misleiding van de theologie van de goedkope genade en van de veronderstelde zondevergeving. Dat het niet zo vanzelfsprekend is, laat Joël ons duidelijk merken: „Wie weet, of Hij Zich niet wendt en berouw heeft en een zegen achter Zich laat overblijven!” Laten we toch stoppen met de dwaasheid van de prediking van een suikerzoete onze-lieve-Heer! God is heilig en zeer te vrezen. Maar Joël zegt ons ook: „Hij is genadig en barmhartig!” Daarom moeten we gehoor geven aan deze oproep om onze eigen belangen te vergeten! Laten we met een bewogen en priesterlijk hart terwille van ons hele volk, ja, van de hele wereld, tot Hem roepen: „Spaar Uw volk!”
Christengemeente de Brug
chr.debrug@debrugmaasmechelen.be
Ringlaan 410
Voorgangers
Jean & Godelieve Houben
Tel.: 089 - 76 66 76
2 Kronieken 15:7
Gij dan, weest sterk en laten uw handen niet verslappen, want uw werk zal beloond worden.