
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
Lezen: Handelingen 14:21-28
21 En toen zij aan die stad het evangelie verkondigd en er verscheidene discipelen gemaakt hadden, keerden zij terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië, 22 om de zielen der discipelen te versterken en hen te vermanen om te blijven bij het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan. 23 En nadat zij voor hen in elke gemeente oudsten hadden aangewezen, droegen zij hen onder bidden en vasten de Here op, in wie zij geloofd hadden. 24 En na een tocht door Pisidië kwamen zij in Pamfylië; 25 en zij spraken het woord te Perge en trokken naar Attalia; 26 en vandaar voeren zij naar Antiochië, waar zij aan de genade Gods waren opgedragen voor het werk, dat zij volbracht hadden. 27 En daar aangekomen, riepen zij de gemeente bijeen en gaven verslag van al wat God met hen gedaan had, en dat Hij ook voor de heidenen een deur des geloofs had geopend. 28 En zij vertoefden daar geruime tijd met de discipelen.
Uitleg
Vroeger had Paulus toch eigenlijk een herenleventje. Als Farizeeër was hij van beroep tentenmaker, maar zijn geleerdheid en aanzien onder de Farizeeën gaven hem ook een grote eer onder het gewone volk. Daaraan kwam een einde toen hij op weg naar Damaskus een ontmoeting had met Jezus. Vanaf dat ogenblik bestond zijn leven uit moeite, gevangenschap, doodsgevaar, honger en dorst, nachten zonder slaap enz. (2Kor.11). In de Korintebrief zegt hij zelf: „Want indien ik het Evangelie predik, heb ik geen stof tot roemen. Immers ik ben ertoe genoodzaakt”. Maar wat heeft hem er dan toch toe genoodzaakt (1Kor.9:16)?
Iets van dit geheim lezen we in Handelingen 14. Paulus trok steeds verder en kwam ook steeds terug naar degenen aan wie hij het eerst het Evangelie gebracht had, om hen „te versterken en te vermanen om te blijven bij het geloof en dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan” (:22). Dat waren geen loze, vrome woorden. Paulus had zelf in zijn verdrukkingen God verheerlijkt en ervaren dat het hem dichter bij het Koninkrijk gebracht had.
Hij liet zijn rustig leventje van tentenmaker/Farizeeër los om als een vagebond van God door de wereld te trekken. Want de dag en nacht strijdende en reizende Paulus wist, dat hij niet langer heer was over zijn eigen leven, maar God die hem gekocht en betaald had met het Bloed van Zijn Zoon.
Toen Paulus en de zijnen van hun zendingsreis terugkwamen in de Gemeente te Antiochië, vanwaar zij waren uitgezonden, „riepen zij de Gemeente bijeen en gaven verslag van al wat God met hen gedaan had...”(:27).
Als wij verslag mogen uitbrengen, doen wij het dan van wat wij met God gedaan hebben? Of heeft God wat met óns kunnen doen?!
Christengemeente de Brug
chr.debrug@debrugmaasmechelen.be
Ringlaan 410
Voorgangers
Jean & Godelieve Houben
Tel.: 089 - 76 66 76
2 Kronieken 15:7
Gij dan, weest sterk en laten uw handen niet verslappen, want uw werk zal beloond worden.