14-08-2014 00:00
Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.
Lezen: Filippenzen 2:5-11
5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, 6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. 9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, 10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, 11 en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!
Uitleg
Het was een grote vernedering voor de Zoon van God om de heerlijkheid, die Hij eerst bij de Vader had in de hemelen, af te leggen (Joh.17:5), teneinde aan de mensen gelijk te worden. En dat heeft Hij zo volkomen gedaan dat Hij van de andere mensen niet te onderscheiden was. Judas moest Hem zelfs door middel van een kus aanwijzen toen Hij temidden van Zijn discipelen stond in de Hof van Getsemane! Maar de Here Jezus is nog verder gegaan in Zijn vernedering: „En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises”.
Het is toch onvoorstelbaar! Hij, die alleen onsterfelijkheid heeft (1Tim. 6:16), was gewillig gehoorzaam te worden tot de dood des kruises. En dan te bedenken dat dit schriftgedeelte begint met: „Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was”.
Die gezindheid kan bij ons alleen maar geboren worden, als Jezus Zelf in ons geboren wordt. Hoe zou Jezus woning in ons kunnen maken, als er in ons hart plaats is voor zelfzucht, ja, ook geestelijke zelfzucht. Zolang wij de gaven die God aan Zijn Gemeente gaf, alleen maar willen ‘bezitten’ en zolang wij nog niet bereid zijn om onszelf te ontledigen, wij, die vaak zo enorm door God gezegend zijn, hoe zal dan de wereld om ons heen gaan verstaan dat Jezus de gezindheid, waarvan Paulus schrijft, juist ook voor hèn heeft gehad!
Laten we de zegeningen niet langer als een roof achten, maar gaan leven uit het verlangen om alles wat we door Zijn genade ontvingen, weer door te geven aan onze naasten, ook al heeft dat de kruisiging van ons eigen ‘IK’ tot gevolg. Dan pas zal het ‘Kruis van Jezus’ echt weer een verlossende boodschap worden voor deze wereld!