Christengemeente de Brug Maasmechelen

Leviticus 10:1b

11-08-2014 00:00

Zo brachten zij vreemd vuur voor het aangezicht des Heren, hetgeen Hij hun niet geboden had.

 

Lezen: Leviticus 6:8-13

8 De HERE sprak tot Mozes: 9 Gebied Aäron en zijn zonen het volgende: Dit is de wet op het brandoffer. Het brandoffer zal op de vuurhaard op het altaar de ganse nacht tot de morgen blijven liggen, en het vuur van het altaar zal daarop blijven branden. 10 En de priester zal zijn linnen kleed aandoen en een linnen broek over zijn lichaam aantrekken; dan zal hij de as wegnemen, waartoe het vuur het brandoffer op het altaar verteerd heeft, en hij zal die naast het altaar storten. 11 Daarna zal hij zijn klederen uitdoen en andere klederen aantrekken, en de as zal hij brengen buiten de legerplaats, op een reine plaats. 12 En het vuur op het altaar zal brandende gehouden worden, het mag niet uitgaan. Daarop zal de priester elke morgen hout aansteken, het brandoffer erop schikken en daarop de vetstukken van het vredeoffer in rook doen opgaan. 13 Een vuur zal voortdurend brandende gehouden worden op het altaar, het mag niet uitgaan.

 

Uitleg

Het gaat in dit gedeelte niet om de betekenis van het brand-offer zèlf (zie daarvoor Lev.1:1-17), maar om de dienst van de priesters bij het brandoffer.

Het brandoffer moest dag en nacht in rook opgaan, God tot een liefelijke reuk (Lev.1:9). Het vuur, eenmaal ontstoken bij de inwijding van de tabernakel, moest voortdurend blijven branden (6:13) en de priesters moesten het in gehoorzaamheid brandende houden.

Maar bij de inwijding van het priesterambt (Lev.9), toen de heerlijkheid des Heren aan het gehele volk verscheen, werden twee zonen van Aäron zo enthousiast dat ieder zijn vuurpan nam en daar vuur in deed met reukwerk erop, om dit, voor het aangezicht van de Here, in rook te doen opgaan.

Vanuit de blijdschap van hun hart, gedreven door grote ijver, kwamen ze op dat idee. Maar God had het hun niet geboden! Dit was vreemd vuur, vuur dat niet in opdracht van God ontvlamd was en dat is voor God iets gruwelijks! (Lev.10:1-5)

God heeft geen behoefte aan vuur dat we op ons eigen houtje ontsteken! Hij vraagt ook niet om menselijk enthousiasme en ijver van het vlees.

Eerst was er grote vreugde toen God Zelf het brandoffer, dat op het altaar was neergelegd, met vuur vanuit de Hemel verteerde. Het volk juichte en wierp zich op het aangezicht (Lev.9:24). Maar Nadab en Abihu doofden de hemelse blijdschap door met een eígen inbreng God te gaan dienen.

God heeft op de Pinksterdag Zijn heerlijkheid geopenbaard door neer te dalen met vuur vanuit de hemel (Hand.2:1-13).

Als wij onze priesterlijke opdracht verstaan, zal het Pinkstervuur blijven branden, maar al het eigen enthousiasme en de inbreng van eigen vuur zal Gods toorn wekken en ons verteren, net als de zonen van Aäron!
 

Contact

Christengemeente de Brug

chr.debrug@debrugmaasmechelen.be

Ringlaan 410
3630 Maasmechelen

Voorgangers
Jean & Godelieve Houben
Tel.: 089 - 76 66 76

Doorzoek de website

Unieke bezoerks
Unieke bezoekers

 

JAARTEKST

2 Kronieken 15:7

Gij dan, weest sterk en laten uw handen niet verslappen, want uw werk zal beloond worden.

© 2014 Alle rechten voorbehouden.

Maak een gratis websiteWebnode