Christengemeente de Brug Maasmechelen

Lucas 6:28

27-05-2014 00:00

Zegent wie u vervloeken; bidt voor wie u smadelijk behandelen.

 

Lezen: 2 Samuël 16:5-14

5 Toen koning David bij Bachurim gekomen was, kwam vandaar een man uit het geslacht van het huis van Saul; hij heette Simi en was de zoon van Gera. Onder het uitspreken van vervloekingen kwam hij nader. 6 En hij wierp met stenen naar David en naar alle dienaren van koning David, ofschoon al het volk en alle helden rechts en links van hem liepen. 7 Terwijl hij zijn vervloekingen uitte, sprak Simi, aldus: Ga weg, ga weg, bloedvergieter, nietswaardige! 8 De HERE vergeldt u al het bloed van het huis van Saul, in wiens plaats gij koning geworden zijt, de HERE geeft het koningschap aan uw zoon Absalom; zie, gij zijt nu in de ellende, omdat gij een bloedvergieter zijt. 9 Toen zeide Abisai, de zoon van Seruja, tot de koning: Waarom vervloekt deze dode hond mijn heer de koning? Laat mij toch naar de overkant gaan en hem het hoofd afhouwen. 10 Maar de koning sprak: Wat heb ik met u te doen, zonen van Seruja? Laat hem mij maar vervloeken! Wanneer de HERE tot hem zegt: vervloek David, – wie zal dan zeggen: waarom doet gij dat? 11 Ook zeide David tot Abisai en tot al zijn dienaren: Zie, mijn eigen zoon staat mij naar het leven, hoeveel te meer dan nu deze Benjaminiet! Laat hem met rust en laat hij mij vervloeken, want de HERE heeft het hem gezegd. 12 Misschien zal de HERE op mijn ellende letten en mij het goede schenken in plaats van zijn vervloeking van deze dag. 13 En David ging met zijn mannen verder, terwijl Simi op de berghelling tegenover hem voortliep, en onder het gaan vervloekingen uitsprak, met stenen naar hen wierp en stof opjoeg. 14 Vermoeid kwamen de koning en al het volk dat bij hem was, op een plek, waar zij rust namen.

 

Uitleg

David was een man die veel van God hield en die ondanks struikelen in alles met Hem rekening hield.

Maar ook een dienstknecht van God kan wel eens de wind tegen hebben. De ijdele, eerzuchtige Absalom wist heel Israël met zich mee te krijgen tegen David, zijn vader. Als David dit hoort, trekt hij niet ten strijde tegen zijn zoon, hoewel David een groot en dapper held was. Hij wil bloedvergieten vermijden (15:14) en hoopt op zijn God: „Indien ik genade vind in de ogen des HEREN, dan zal Hij mij doen terug keren” (15:25a).

Had God niet tegen Mozes gezegd: „De HERE zal voor u strijden en gij zult stil zijn” (Ex.14:14)?

David, de grote strijder voor God, wist dat niet hijzelf, maar God voor zijn zaak zou strijden. Want wie voor zijn eigen rechten opkomt, komt nooit te weten of God wel met hem is. Daarom zegt David: „Hier ben ik, Hij doe met mij zoals goed is in Zijn ogen” (15:26b).

Wie werkelijk een strijder voor God wil zijn, moet niet meer voor een eigen zaak of eigen eer willen strijden. Deze leefregel voor het Koninkrijk van God wordt wel heel erg beproefd in het leven van diegene die het echt met God wil wagen!

Als David voor zijn zoon Absalom moet wijken, is dat niet genoeg. Simi voelt zich geroepen om hem op deze zware weg van vernedering te vervloeken en God wordt er ook nog bijgehaald: „De HERE vergeldt u al het bloed van het huis van Saul, in wiens plaats gij koning geworden zijt” (:8a)! Maar ook dan blijft David nog op zijn God vertrouwen: „Laat hem mij maar vervloeken (:10)... Misschien zal de HERE op mijn ellende letten en mij het goede schenken inplaats van zijn vervloeking van deze dag”.

 

Contact

Christengemeente de Brug

chr.debrug@debrugmaasmechelen.be

Ringlaan 410
3630 Maasmechelen

Voorgangers
Jean & Godelieve Houben
Tel.: 089 - 76 66 76

Doorzoek de website

Unieke bezoerks
Unieke bezoekers

 

JAARTEKST

2 Kronieken 15:7

Gij dan, weest sterk en laten uw handen niet verslappen, want uw werk zal beloond worden.

© 2014 Alle rechten voorbehouden.

Maak een gratis websiteWebnode