
Wanneer er alleen op het vlies dauw zal zijn, maar het gehele land droog blijft, dan zal ik weten, dat Gij door mijn hand Israël verlossen wilt.
Lezen: Genesis 24:1-14
1 Abraham nu was oud en hoogbejaard, en de HERE had Abraham in alles gezegend. 2 En Abraham zeide tot zijn knecht, de oudste in zijn huis, die alles wat hij had bestuurde: Leg toch uw hand onder mijn heup, 3 opdat ik u doe zweren bij de HERE, de God des hemels en der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw zult nemen uit de dochters der Kanaänieten, in wier midden ik woon. 4 Maar gij zult naar mijn land en naar mijn maagschap gaan om een vrouw te nemen voor mijn zoon Isaak. 5 Toen zeide de knecht tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen naar dit land; moet ik dan uw zoon terugbrengen naar het land, vanwaar gij uitgetrokken zijt? 6 Maar Abraham zeide tot hem: Wacht u ervoor mijn zoon daarheen terug te brengen. 7 De HERE, de God des hemels, die mij genomen heeft uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap, en die tot mij gesproken heeft, en mij heeft gezworen: aan uw nageslacht zal Ik dit land geven – Hij zal zijn engel voor uw aangezicht zenden, en gij zult vandaar voor mijn zoon een vrouw nemen. 8 Indien echter die vrouw u niet wil volgen, zult gij van deze eed aan mij ontslagen zijn; alleen, gij zult mijn zoon daarheen niet terugbrengen. 9 Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van zijn heer Abraham, en zwoer hem, wat hij gevraagd had. 10 Hierop nam de knecht tien van de kamelen van zijn heer en ging op weg met allerlei kostbaarheden van zijn heer bij zich; hij maakte zich op en ging naar Mesopotamië, naar de stad van Nachor. 11 En hij liet de kamelen neerknielen buiten de stad bij een waterput, tegen de avond, de tijd, dat de vrouwen uitgaan om te putten. 12 Toen zeide hij: HERE, God van mijn heer Abraham, laat mij toch heden slagen en bewijs genade aan mijn heer Abraham. 13 Ik sta hier bij de waterbron, en de dochters van de mannen der stad gaan uit om water te putten. 14 Laat het nu zo zijn, dat het meisje, tot wie ik zeg: Neig toch uw kruik, opdat ik drinke, en dat zegt: Drink, en ook uw kamelen zal ik drenken, – dat Gij haar hebt bestemd voor uw knecht Isaak; dan zal ik daaraan weten, dat Gij genade bewezen hebt aan mijn heer.
Uitleg
Uit deze geschiedenis mogen we opmaken dat de knecht, die hier zo’n belangrijke rol speelt, Eliëzer is (Gen.15:2). Eliëzer was een gelovig man. Dat komt niet alleen naar voren in zijn naam: ‘God is mijn hulp’, maar ook in dit verhaal. Wat een verantwoordelijke opdracht om voor Isaak een vrouw te zoeken! Eliëzer wist dat hij dit onmogelijk kon doen. Abraham wist dit ook. Daarom zei Abraham: „Hij zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden”(:7b). En omdat Eliëzer hiervan diep overtuigd was, zowel van het feit dat hij niet bij machte was om een geschikte vrouw voor Isaak uit te zoeken, als van het feit dat de Engel des Heren voor hem uit zou gaan, durfde hij God om een teken te vragen, een aanwijzing.
Het vragen om een teken is een gevaarlijke zaak zegt men vaak. Dat is ten dele waar. Toen Zacharias om een teken vroeg, werd hij gestraft en met stomheid geslagen (Luc.1:20), maar van Maria lezen we dat God helemaal niet toornig werd (Luc.1:34 v.v.). Waarom is het vragen om een teken de ene keer zondig en de andere keer niet?
God geeft zonder aarzelen een teken aan degene die er om vraagt in geloof! Maar Hij wordt toornig op degene die om een teken vraagt uit ongeloof, terwijl er in zijn hart helemaal geen bereidheid of verlangen is om God te gehoorzamen. Dat laatste is overigens ook iets wat we alleen maar in een voortdurende wandel met God gaan leren!
Eliëzer wist dat God met hem was. En hij wist dat hij zonder aanwijzing van God slagen noch volharden kon. Bij Abraham was het ook zo. Hoe zou hij kunnen blijven vertrouwen zonder een teken van God. Daarom zal God Zich ook nù openbaren aan een ieder die verlangt om Hem in alles te gehoorzamen.
Christengemeente de Brug
chr.debrug@debrugmaasmechelen.be
Ringlaan 410
Voorgangers
Jean & Godelieve Houben
Tel.: 089 - 76 66 76
2 Kronieken 15:7
Gij dan, weest sterk en laten uw handen niet verslappen, want uw werk zal beloond worden.